Deze brochure bevat naast algemene informatie over het bodemsaneringsdecreet
en het uitvoeringsbesluit Vlaams Reglement betreffende Bodemsanering (Vlarebo),
voornamelijk inlichtingen over opslagtanks met huisbrandolie en een aantal
praktische tips om bodemverontreiniging te voorkomen.
Deze tekst is met de grootste zorg samengesteld. Omwille van de leesbaarheid
worden echter niet alle bijzonderheden en uitzonderingsgevallen vermeld. Enkel
de teksten van het officiële decreet en besluit van de Vlaamse regering hebben
rechtskracht.
1. Achtergrondinformatie over minerale olie
Minerale olie is een verzamelnaam voor diverse olieproducten zoals benzine,
diesel, huisbrandolie, motorolie,… . Elk van deze aparte gecommercialiseerde
producten hebben specifieke eigenschappen waardoor ze meer of minder toxisch
zijn, zich al dan niet snel verspreiden, enz. Vandaar dan ook de noodzaak om na
te gaan welke stof aanleiding geeft tot bodemverontreiniging en welke
consequenties daaraan verbonden zijn.
Huisbrandolie heeft een vlampunt dat zich tussen 55 °C en 100 °C situeert.
Het risico op ontploffing of zelfontbranding is dus minimaal tot onbestaand. De
samenstelling bestaat hoofdzakelijk uit alifaten met een koolstofketenlengte die
tussen C10 en C18 ligt. Ze zijn weinig tot niet oplosbaar in water. Doordat hun
viscositeit tussen 2 en 4 cST ligt, is de migratiesnelheid in de onverzadigde
zone van de bodem traag. Indien een voldoende hoeveelheid olie vrijkomt, dan
vormt zich een drijflaag op het grondwater. Na verloop van tijd zal een beperkte
fractie zich vermengen met het grondwater. Het is evident dat een snel ingrijpen
dit voorkomt en een grondwatersanering vermijdt of althans sterk reduceert.

2. De wetgeving in verband met opslagtanks
Het juridisch kader inzake de opslag van koolwaterstoffen is op te splitsen
in een gedeelte dat handelt over exploitatie en een ander deel dat voornamelijk
betrekking heeft op de bodemimpact en de sanering.
De wetgeving met betrekking tot de exploitatie van een tank of installatie,
is vastgelegd in de milieuvergunningswetgeving en behoort tot de bevoegdheden
van Aminal.
Een milieuvergunning voor klasse 2 tanks (20.000 tot 500.000 l)
dient aangevraagd te worden bij het College van Burgemeester en schepenen; deze
voor klasse 1 tanks (meer dan 500.000 l) bij de Bestendige Deputatie van de
Provincie. Voor de overige tanks is er een meldingsplicht bij de gemeente.
De wetgeving die verband houdt met bodemsanering is beschreven in het Decreet
betreffende bodemsanering. Dit is de bevoegdheid van de Openbare
Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM).
Een aantal nuttige websites zijn : www.mina.vlaanderen.be , www.ondernemen.vlaanderen.be , www.ovam.be , www.informazout.be, www.premaz.be, www.epa.gov/oust

3. Toelichting bij het bodemsaneringsdecreet
3.1 Inleiding
In 1981 werd het Decreet betreffende de voorkoming en het beheer van
afvalstoffen goedgekeurd. Naar aanleiding hiervan werd de OVAM opgericht. Dit
decreet spitste zich voornamelijk toe op de afvalproblematiek maar bevatte
tevens een summiere bepaling over het saneren van verontreinigde bodems. Het
bleek echter geen bruikbaar instrument om een bodemsaneringsbeleid te voeren
waardoor in 1995 het Decreet betreffende bodemsanering is afgekondigd.
De OVAM speelt in het bodemsaneringsgebeuren een centrale rol en de
dienstenstructuur bestaat uit drie secties :
- sectie bodem
- sectie
afval
- sectie logistieke diensten.
Op deze website van de OVAM kan detailinformatie over de wetgeving (Bodemsaneringsdecreet
en Vlarebo) gevonden worden. U vindt er eveneens een lijst van
bodemsaneringsdeskundigen die door de OVAM erkend zijn.

3.2 Basisbegrippen
Het bodemsaneringsdecreet is een curatief decreet dat als doel heeft de
bodemverontreiniging te elimineren. Hieronder worden enkele begrippen
verduidelijkt.
- Bodem omvat het vaste deel van de aarde met inbegrip van het grondwater en
andere bestanddelen en organismen die er zich in bevinden.
- Bodemverontreiniging is de aanwezigheid van stoffen (met een nadelige
impact) en organismen, veroorzaakt door menselijke activiteiten, op of in de
bodem of opstallen, die de kwaliteit van de bodem op rechtstreekse of
onrechtstreekse wijze beïnvloeden of kunnen beïnvloeden.
Een
bodemverontreiniging die ontstaan is voor 29/10/1995 (inwerkingtreding van het
bodemsaneringsdecreet) is een historische bodemverontreiniging.
Deze
ontstaan na 29/10/1995 is een nieuwe bodemverontreiniging.
Bodemverontreiniging tot stand gekomen gedeeltelijk voor 29/10/1995 en
gedeeltelijk na 28/10/1995 is een gemengde bodemverontreiniging.
- Vaststelling van bodemverontreiniging is een gegeven over de
bodemkwaliteit op basis waarvan de OVAM in staat wordt gesteld om maatregelen
overeenkomstig het bodemsaneringsdecreet op te leggen of zelf te nemen (vb.
lekkage van een tank of leiding, overvulling van een tank of tankbreuk met
bodemverontreiniging tot gevolg).
- Bodemsaneringsnorm (zie hoofdstuk
III van het bodemsaneringsdecreet) is een niveau van bodemverontreiniging
waarbij bij overschrijding ervan ernstige nadelige effecten kunnen optreden
voor de mens of het milieu, gelet op de kenmerken van de bodem en de functies
die ze vervult.
- Risico- of bodembedreigende activiteiten zijn activiteiten die
bodemverontreiniging kunnen veroorzaken en die voorkomen op de lijst van bijlage 1 van
het Vlarebo.
- Een erkend
bodemsaneringsdeskundige is een onafhankelijk expert, erkend door de
Vlaams minister van leefmilieu en landbouw die onderzoeksdaden (type 1 en 2
deskundigen) en saneringsmaatregelen (type 2 deskundigen) mag opstellen en
opvolgen.

3.3 Onderzoeksverplichtingen
De inventarisatie van gronden gebeurt via een oriënterend bodemonderzoek dat
wordt uitgevoerd door een erkend bodemsaneringdeskundige. Een oriënterend
bodemonderzoek wordt uitgevoerd op het volledige kadastraal perceel. Deze
verplichting tot de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek op een
kadastraal perceel waarop een risicoactiviteit aanwezig is, geldt in volgende
gevallen.

3.3.1 Periodieke onderzoeksplicht
In het Vlarebo werd, zoals reeds hoger vermeld, in bijlage 1 een lijst van
inrichtingen en activiteiten opgenomen die bodemverontreiniging kunnen
veroorzaken (zogenoemde risicoactiviteiten). Elk van deze risicoactiviteiten
wordt onderverdeeld in een rubriek die overeenstemt met de Vlarem-rubriek in de
milieuvergunning. Elke rubriek wordt vervolgens gelinkt aan de categorie O, A,
B, C.
In deze lijst van risicoactiviteiten wordt onder meer de opslag van producten
zoals benzine, petroleum, stookolie, diesel en gasolie opgenomen. Afhankelijk
van de hoeveelheid van opslag van deze producten, valt deze onder een andere
categorie.
Zo behoren een bovengrondse opslag van :
- meer dan 30.000 l benzine
-
meer dan 100.000 l petroleum
- meer dan 500.000 l stookolie, diesel,
gasolie
tot de categorie B. Dit wil zeggen dat voor 31 december 2001, en
vervolgens periodiek om de 10 jaar, een periodiek oriënterend bodemonderzoek bij
de OVAM moet worden ingediend.
De ondergrondse opslag van :
- meer dan 500 l tot en met 30.000 l
benzine
- meer dan 5.000 l tot en met 100.000 l petroleum
- meer dan
20.000 l tot en met 500.000 l stookolie, diesel, gasolie
vallen onder
categorie A, waardoor er voor 31 december 2003, en vervolgens periodiek om de 20
jaar, een eerste periodiek oriënterend bodemonderzoek bij de OVAM dient te
worden ingediend.
De categorie C omvat de activiteiten of inrichtingen die reeds voor 31
december 1999 een eerste periodiek oriënterend bodemonderzoek bij de OVAM
moesten indienen, en vervolgens om de 5 jaar. Een voorbeeld hiervan is de
ondergrondse opslag van meer dan 500.000 l stookolie, diesel of gasolie.
In de
gecoördineerde versie van het VLAREBO kan in bijlage 1 de volledige
VLAREBO-lijst geraadpleegd worden.

3.3.2 Stopzetting van een activiteit of sluiting van een
inrichting
Bij de stopzetting van de exploitatie van een Vlarebo-activiteit of sluiting
van een inrichting op een kadastraal perceel, dient eveneens een oriënterend
bodemonderzoek te worden uitgevoerd, onder leiding van een erkend
bodemsaneringsdeskundige. Dit geldt voor alle categorieën (O, A, B, C).

3.3.3 Overdracht perceel met een risicoactiviteit
Voorafgaand aan de overdracht van een perceel waarop momenteel of in het
verleden een Vlarebo-activiteit werd uitgeoefend of een inrichting gevestigd
was, dient een oriënterend bodemonderzoek te worden uitgevoerd, onder leiding
van een erkend bodemsaneringsdeskundige. Deze verplichting is eveneens van
toepassing op alle categorieën (O, A, B, C).
Een oriënterend bodemonderzoek dient binnen de dertig dagen na afsluiting
ervan aan de OVAM worden meegedeeld.
Opmerking :
Hierbij dient te worden opgemerkt dat door de wijziging van
het Vlarebo, dat op 12 oktober 2001 bij Besluit van de Vlaamse Regering werd
goedgekeurd, gronden ook op basis van een vaststelling van bodemverontreiniging
geïnventariseerd kunnen worden.

3.4 Wanneer geldt de saneringplicht?
- Afhankelijk van het ontstaan van de bodemverontreiniging wordt een
onderscheid gemaakt tussen :
Nieuwe bodemverontreiniging (vanaf 29/10/1995)
: bij overschrijding of dreiging tot overschrijding van de bodemsaneringsnorm
geldt een zelfstandige saneringsplicht, dus zonder aanmaning van de OVAM
dienen de nodige maatregelen genomen te worden.
Historische
bodemverontreiniging (voor 29/10/1995) : indien de bodemverontreiniging
mogelijks een risico vormt (een zogenaamde ernstige aanwijzing voor een
ernstige bedreiging), is sanering verplicht na aanmaning door
OVAM.
Gemengde bodemverontreiniging : hier gelden dezelfde regels als voor
elk van beide soorten verontreiniging voor zover een onderscheid kan gemaakt
worden. Indien dit niet mogelijk is gelden de verplichtingen van een nieuwe
bodemverontreiniging.
- Let op! Ernstige gevallen van bodemverontreiniging vereisen spoedingrepen
zoals het opstellen en uitvoeren van veiligheids- of voorzorgsmaatregelen.
- Steeds geldt ook het normale zorgvuldigheidsbeginsel dat inhoudt dat
acties ter voorkoming en beperking van bodemverontreiniging worden genomen.
- De saneringsplichtige is in de regel de exploitant. Indien er geen
exploitant is, valt de saneringsplicht op de eigenaar of de feitelijke
gebruiker.
- De saneringsplichtige kan desgevallend de kosten verhalen op de
saneringsaansprakelijke, zijnde diegene die door emissie de
bodemverontreiniging heeft veroorzaakt.

3.5 Saneringsnoodzaak
Indien er een risicoactiviteit is, dan volgt dit uit de resultaten van het
oriënterend bodemonderzoek. Saneringsplicht is er in alle omstandigheden wanneer
er een nieuwe bodemverontreiniging optreedt, dus ook indien er geen
risicoactiviteit is (b.v. tank van 10.000 l die lek slaat of overvuld
wordt).

3.6 Verloop van de saneringsprocedure
- Een beschrijvend bodemonderzoek geeft een duidelijk beeld (oorsprong,
omvang, aard, ernst) van de verontreinigingssituatie. Het verspreidingsrisico,
alsook het gevaar op blootstelling eraan van mens, dier en plant en grond- en
oppervlaktewater wordt bepaald. Hier kan alsnog blijken dat het signaal uit
het oriënterend bodemonderzoek onvoldoende ernstig is waardoor er geen verder
maatregelen nodig zijn.
- In het bodemsaneringsproject wordt de wijze waarop de sanering zal worden
uitgevoerd, omschreven.
- Bodemsaneringswerken omvatten de uitvoering van de in het
bodemsaneringsproject beschreven werken. Na afloop wordt door OVAM een
eindverklaring afgeleverd.
- Nazorg : soms is een opvolging of controle van de situatie na het
bodemsaneringsproject nodig, v.b. een tijdelijke controle van de kwaliteit van
het grondwater.

3.7 Saneringsdoelstelling
Het streefdoel is het bereiken van de achtergrondwaarden. De
achtergrondwaarde is de concentratie van een verontreinigende stof die als
normale achtergrond in niet-verontreinigde bodems met vergelijkbare
bodemkenmerken wordt aangetroffen. Van dit saneringsobjectief kan evenwel
afgeweken worden. De voorgenomen saneringsmaatregelen mogen geen onredelijk hoge
kosten met zich meebrengen ten opzichte van het bekomen resultaat (het
zogenaamde BATNEEC-principe).

4. Praktische toepassing bij opslagtanks
4.1 Exploitatiewetgeving
In de wetgeving is voorzien dat opslagtanks uitgerust moeten zijn met een
aantal systemen. Hieronder wordt een korte beschrijving gegeven.
4.1.1 Overvulbeveiliging
Een waarschuwingssysteem geeft tijdens het vullen van het reservoir een
hoorbaar signaal. Wanneer dit signaal stopt is de tank voor 95% gevuld. Nadeel
van dit systeem is dat het stopzetten van de levering een snel ingrijpen van de
leverancier vereist. Dit systeem is eveneens gevoelig voor verontreiniging
waardoor het snel in onbruik kan raken.
Een alternatief beveiligingssysteem sluit de brandstoftoevoer automatisch af
als de tank voor 98% gevuld is.

4.1.2 Lekdetectiesysteem
Dergelijk systeem wordt op een tank aangebracht en laat toe een lek in een
vroeg stadium te detecteren.
4.1.3 Lekdetectieproeven
Een tank dient aan een periodieke controle onderworpen te worden. Deze dient
te gebeuren door een erkend technicus die in het bezit is van een
erkenningsbewijs. Dit bewijs bestaat uit de letters 'SV' gevolgd door 5 cijfers.
Een lijst van erkende technici kunt u opvragen bij de gemeente of is te
raadplegen op de website http://www.mina.vlaanderen.be.
Na het uitvoeren van
de controle krijgt de tank een groene of rode dop. Een groene dop betekent dat
de tank aan alle vooropgestelde voorschriften voldoet. Een rode dop wijst erop
dat de tank niet meer bijgevuld mag worden. De exploitant dient bijgevolg alle
nodige maatregelen te nemen om de tank, overeenkomstig het verslag van de
erkende technicus in orde te brengen.
Indien de tank niet meer hersteld kan worden, dient deze buiten gebruik
gesteld te worden. De tank dient geledigd, gereinigd en indien mogelijk
verwijderd te worden. Een tank die niet meer gebruikt wordt, dient binnen de
drie jaar verwijderd te worden.
In het ander geval wordt de tank gevuld met
zand, schuim of enig ander inert materiaal. Deze maatregelen dienen te gebeuren
onder het toezicht van een erkend deskundige.

4.1.4 Inkuiping
Elk reservoir dient in een inkuiping geplaatst te worden, behalve een
dubbelwandig reservoir dat uitgerust is met een permanent lekdetectiesysteem.
4.2 Bodemsaneringsdecreet
Huisbrandolie valt onder rubriek 17.3.6 van bijlage 1 van het
Vlarebo.
Nagaan onderzoeksverplichtingen :
Indien de totale
opslagcapaciteit op het kadastrale perceel niet meer dan 20.000 l bedraagt
(m.a.w. is er geen risicoactiviteit), dan is er geen onderzoeksplicht. Let wel,
de afwezigheid van een onderzoeksplicht, betekent niet dat er in geval van
bodemverontreiniging ook geen saneringsplicht is (zie ook punt 3.4)
Indien er wel een totale ondergrondse opslag is van meer dan 20.000 l is er
wel een risicoactiviteit en dient er een eerste oriënterend bodemonderzoek voor
31 december 2003 worden uitgevoerd. Nadien dient dit te gebeuren iedere 10 jaar.
Er is eveneens een onderzoeksplicht bij de overdracht van de grond en bij de
stopzetting van een risicoactiviteit.

5. Praktische tips
Hieronder vindt u een aantal tips die kunnen helpen om bodemverontreiniging
door lekke tanks te vermijden.
- Wees proactief en voorkom bodemverontreiniging!
Inventariseer bestaande
en reeds buiten gebruik gestelde tanks (inhoud, ondergronds/bovengronds,
ouderdom, eigenschappen van de tank, risico op lekkage in
gebouwen/kelders).
Maak eveneens een planning op teneinde toekomstige
problemen te vermijden.
- Bereid je voor op een schadegeval.
Maak vooraf afspraken met een
erkende bodemsaneringsdeskundige en aannemer.
Stel een noodplan op zodat op
het moment van schade, alle betrokken weten wat hen te doen staat.
- Koppel aan de buitengebruikstelling van een tank ook een bodemonderzoek.
Indien hierbij bodemverontreiniging wordt gedetecteerd, kan er gepast
gereageerd worden.
- Ingeval van mazoutverlies, laat onmiddellijk de tank ledigen en cleanen.
- Verwijder indien technisch haalbaar steeds de tank.
- Kies zo mogelijk, voor een visueel controleerbare tank, indien u een
nieuwe tank dient te installeren. Bij de installatie van een nieuwe tank dient
een getuigschrift van de tankconstructeur afgeleverd te worden, waaruit blijkt
dat ze aan de wettelijke normen voldoet.
- Zorg ervoor dat een controleprocedure bestaat bij leveringen. Dit houdt
bijvoorbeeld in :
- zich vergewissen van de tankinhoud
- inschatting van
abnormaal gebruik : boekhouding
- correcte aanduiding van de vulpunten.
- Let erop dat peilputten voor grondwatercontrole ontoegankelijk zijn voor
onbevoegden.
- Controleer bestaande peilputten regelmatig met een bailer. Een kleine
oliefilm in het grondwater wordt zo snel gedetecteerd.
- De afdekplaat van een toezichtsput mag nooit het laagste punt in de
omgeving zijn.
- Contacten bij de OVAM :
- voor oriënterende of beschrijvende
bodemonderzoeken : Dienst onderzoeken.
- voor een vaststelling van
bodemverontreiniging : Dienst register-cel schadegevallen.

6. PREMAZ
Het premaz-project (PREventie-MAZout) is opgesteld door een vennootschap
bestaande uit de oliesector, verzekeringsmaatschappijen,
waterwinningsmaatschappijen en de overheid. Het doel van dit project is de
solidarisering van de kosten die verbonden zijn aan milieurisico's van lekkende
of risicovolle mazouttanks. Dit project heeft reeds een testfase aan de hand van
een aantal proefprojecten doorlopen.
Gedetailleerde informatie is terug te
vinden op de website www.premaz.be.

7. Verzekering
Wanneer een schadegeval met een stookolietank zich voordoet is het belangrijk
te weten in hoeverre u hiervoor verzekerd bent. Mogelijks dekt uw
brandverzekering of de familiale verzekering de opgelopen schade aan uw terrein
en/of dat van derden.
Een snel optreden houdt ook in dat vertragingen welke het gevolg zijn van
verzekeringstechnische procedures of aanslepende verificaties strikt te
vermijden zijn. Zij zijn tevens in strijd met de Verzekeringswet (Wet van 25
juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst). Hierin wordt gesteld dat de
verzekerde alle redelijke maatregelen moet nemen om de gevolgen van het
schadegeval te voorkomen en te beperken.

8. Nuttige adressen
AMINAL-afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid
Graaf De Ferrarisgebouw,
3de verd.
Koning Albert II-laan 20
1000 Brussel
tel 02/553.80.57
www.mina.vlaanderen.be
INFORMAZOUT vzw
Dauwstraat 12
1070 Brussel
tel. 02/558.52.20 of
078/152.150
www.informazout.be
Openbare Afvalstoffenmaatschappij
voor het Vlaamse Gewest (OVAM)
Stationsstraat 110
2800 Mechelen
Tel
: 015/284.284
Fax : 015/203.275
De Vlaamse Infolijn (Algemene informatie Vlaamse Overheid) :
0800/3.02.01
Algemene informatie Vlaamse Overheid) :
0800/3.02.01