> Downloads > Preventie en Milieuzorg in de Vleesverwerkende Nijverheid

Het stapsgewijs opzetten en invoeren van een milieupreventieplan aan de hand van een algemeen sectorieel voorbeeld.

Om deze documenten te downloaden,
klik met de rechtermuisknop op de titel en kies "doel opslaan als" !

 

Tips voor milieupreventie
Opleiding van de medewerkers op de vloer
Resultaten van de sectorile studie

Prestiproject - OVAM - FENAVIAN - ECOLAS

 

I. Handleiding.

Deze handleiding richt zich specifiek tot de vleesverwerkende bedrijven. De handleiding is bedoeld als leidraad om bedrijven aan te zetten tot preventief handelen en een preventieplan op vlak van milieu op te zetten. De drie belangrijkste elementen van een preventieplan zijn:

een volledig overzicht van de verschillende milieuaspecten van het bedrijf;

‚ een samenvatting van de mogelijke preventieve maatregelen die een bedrijf kan nemen om water- en energieverbruik, de productie van afval, het lozen van afvalwater en dergelijke te beperken of te voorkomen;

ƒ een plan om doelstellingen te realiseren en maatregelen in te voeren en te evalueren.

 

Dat preventief handelen voordelen biedt, ligt voor de hand. Zo levert preventie zowel milieuvoordelen als bedrijfsvoordelen op en leidt preventie in het algemeen tot onder meer:

• beperken van het lozen van afvalwater;

• minder afvalstoffen;

• minder energieverbruik en energieverliezen;

• financile besparingen;

• beter bedrijfsimago;

• verbetering van de relatie met de overheid.

 

F Voor wie is deze handleiding bestemd ?

Deze handleiding richt zich tot de milieuverantwoordelijke van een vleesverwerkend bedrijf. De milieuverantwoordelijke kan zowel de bedrijfsleider als een persoon uit het kader of middenkader zijn.

De handleiding is zowel bedoeld voor de kleine, middelgrote als grote vleesverwerkende bedrijven. De manier waarop deze bedrijven de handleiding kunnen gebruiken, is weliswaar verschillend en afhankelijk van de personeelsmogelijkheden van het bedrijf. Het ligt voor de hand dat het opmaken van een preventieplan tijd vraagt en dat het voor een kleiner bedrijf niet altijd evident is om hiervoor de nodige tijd vrij te maken. Er werd dus voor gezorgd dat ook een kleiner bedrijf aan de slag kan met deze handleiding, zonder dat dit voor het bedrijf teveel tijd vraagt. Dit neemt uiteraard niet weg dat ook een kleiner bedrijf in staat kan zijn om een volledig preventieplan op te zetten.

 

F Hoe werd de handleiding opgebouwd ?

De handleiding bestaat uit twee modules en een addendum. De twee modules zijn bedoeld om preventie en milieuzorg te stimuleren en in te voeren. Het addendum daarentegen geeft een overzicht van de wetgeving die op een vleesverwerkend bedrijf van toepassing is.

• Module 1: Preventieproject

• Module 2: Verklaring van begrippen

• Addendum: De wetgevende aspecten voor een vleesverwerkend bedrijf

 

Module 1: Preventieproject

In deze module wordt een methode uitgewerkt om preventie en milieuzorg op een systematische manier te organiseren. Deze module bevat volgende delen :

• een inleiding (I. Inleiding);

• een stappenplan met een procedure (II: ‘Opzetten van het preventieproject’) dat kan gevolgd worden om:

- een productieschema op te stellen;

- de verschillende processtappen te beschrijven;

- de milieuaspecten per processtap te definiren en waar mogelijk te kwantificeren;

- milieudoelstellingen te bepalen;

- een preventiegericht actieplan uit te werken.

• een algemeen fictief bedrijfsvoorbeeld (III: ‘Algemeen sectorieel preventieplan’) waarin de volgende elementen opgenomen zijn:

- de processtappen die binnen de vleeswarenbedrijven voorkomen;

- de te beoordelen milieuaspecten per processtap;

- de preventieopties per processtap.

• een situering van dit preventieproject binnen de EMAS-verordening (IV. Relatie tussen EMAS en het preventieproject);

• een overzicht van de voorwaarden voor subsidiemaatregelen (V. Voorwaarden voor subsidiemaatregelen);

• een referentielijst (VI. Referentielijst);

• een trefwoordenregister (VII. Trefwoordenregister).

 

Module 2: Verklaring van begrippen

In de beschrijving van de milieuproblematiek wordt heel wat vakjargon gebruikt. In die zin werd een tweede module gemaakt waarin deze begrippen in alfabetische volgorde verklaard worden.

 

Addendum: De wetgevende aspecten voor een vleesverwerkend bedrijf

In het addendum wordt een overzicht gegeven van de wettelijke milieuaspecten. Onder de milieuaspecten worden de volgende onderwerpen verstaan.

• De verplichtingen die betrekking hebben op de oprichting en/of verandering van een onderneming, zoals:

- de bouwvergunning;

- de milieuvergunning;

- de grondwaterwinningsvergunning.

• De uitbating van een onderneming en in het bijzonder een vleesverwerkend bedrijf, met vermelding van mogelijke knelpunten op het vlak van:

- de VLAREM II-voorwaarden;

- de afvalstoffenwetgeving en de wetgeving rond dierlijk afval;

- het bodemsaneringsdecreet en dergelijke.

Zoals uit deze opsomming blijkt, wordt in het addendum eerder aandacht besteed aan de voorwaarden waaraan het bedrijf dient te voldoen, dan de wijze waarop het bedrijf zich op een systematisch manier in regel kan stellen met de wetgeving. De bedoeling van dit addendum is enkel een beknopt en praktisch overzicht te geven van de wettelijke milieuaspecten. In die zin is dit addendum eerder bedoeld als naslagwerk, dan als handleiding.

 

F Hoe kan zowel een klein als groot bedrijf deze handleiding gebruiken ?

Zoals hiervoor werd gesteld kan de handleiding op twee manieren worden gebruikt, afhankelijk van de tijd die een bedrijf aan het opzetten van een preventieplan kan besteden.

Eerste mogelijkheid: Het bedrijf kiest ervoor om een preventieplan op te zetten

Voor het bedrijf dat een preventieplan wil opzetten, wordt in deel "II. Het opzetten van een preventieproject" toegelicht, hoe het bedrijf tot een preventieplan kan komen. Dit deel bestaat uit een 4-tal fasen, waarin op een stapsgewijze manier wordt aangegeven, wat een bedrijf kan doen om het preventieplan uit te werken.

Opmerking: In de opbouw van de methodiek werd ervoor gezorgd dat er gelijkenissen zijn met HACCP. Met andere woorden, deze handleiding biedt de mogelijkheid om het uitwerken van een preventieplan te laten samenlopen met HACCP.

Een voorbeeld van een preventieplan voor een bedrijf wordt gegeven in deel "III. Algemeen sectorieel preventieplan". Dit deel geeft aan uit welke elementen een preventieplan kan bestaan. Opmerking: In dit voorbeeld werd gewerkt met steekkaarten. Elk bedrijf kan uiteraard een systeem kiezen dat het beste bij het bedrijf past.

De samenhang tussen de verschillende onderdelen van de handleiding, die leiden tot een Preventieplan voor het bedrijf wordt schematisch weergegeven.

 

II. Opleiding van de medewerkers op de vloer.
Elk bedrijf dat vleeswaren maakt moet voldoen aan bepaalde regels en voorwaarden, die opgesomd zijn in de milieuwetgeving.
 
De belangrijkste milieuregels die betrekking hebben op een vleeswarenbedrijf dat in Vlaanderen gevestigd is, zijn vastgelegd in VLAREM en het afvalstoffendecreet.
 
De handelingen van de werknemers op de werkvloer kunnen bijdragen tot een shconer milieu. Door hun milieubewust handelen kan voorkomen worden dat het bedrijf waarin ze werken onnodige kosten maakt en zo z’n producten beter aan de man kan brengen. Hiertoe werd een specifiek opleidingsprogramma uitgeschreven dat tot doel heeft de medewerkers te informeren over de belangrijkste punten die kunnen bijdragen tot milieupreventie op de werkvloer.
 
 

 

De vleesverwerkende industrie kan in een viertal subsectoren opgedeeld worden. In de omschrijving van de sector (zie deel 1 van de sectorile studie ) werd gesteld dat deze sector in essentie twee functies vervult. Deze functies zijn het verlengen van de houdbaarheid van vers vlees en het verbreden van het assortiment van vleesproducten. Op basis van de verwerkingsprocessen kunnen volgende subsectoren onderscheiden worden:
 
1. thermisch behandelde en niet-verkleinde vleeswaren, bijvoorbeeld kookham;
2. thermisch behandelde en verkleinde vleeswaren, bijvoorbeeld hespenworst en pastei;
3. niet-thermisch behandelde en niet-verkleinde vleeswaren, bijvoorbeeld rauwe ham;
4. niet-thermisch behandelde en verkleinde vleeswaren, bijvoorbeeld salami.
 
Een onderverdeling van de bedrijven in de diverse subsectoren is moeilijk te maken. Het merendeel van de bedrijven produceert immers een divers gamma aan producten.
In deze studie vindt u een beschrijving van de gebruikte processen, technieken en installaties welke gemaakt werd op basis van stofstroomschema's. Het productieproces werd onderverdeeld in diverse productiestappen. Per productiestap werd de gebruikte technologie en de in- en uitgaande stromen beschreven. De ingaande stromen omvat een uitgebreide waaier aan grond- en hulpstoffen en energie. Hieronder vallen onder meer:
 
• de diverse vleessoorten;
• de hulpstoffen, zoals additieven, kruiden, zout, tomaten en champignons;
• de energiedragers, zoals aardgas, stookolie en elektriciteit;
• water;
• verpakkingsmateriaal.
 
De uitgaande stromen zijn eveneens divers en omvatten zowel het eindproduct/tussenproduct, de afval- en emissiestromen als de energieverliezen. Enkele van de uitgaande stromen zijn:
 
• het afgewerkte product, zoals kookham, pastei en salami;
• de vaste afvalstoffen, zoals papier, karton, plastic en blik;
• de emissies naar water en lucht;
• geur en geluid;
• energieverliezen onder de vorm van koellucht of warmte.
 
In het eerste deel van deze studie werd op basis van ervaring met de sector en bijkomend onderzoek nagegaan in hoeverre de sector vertrouwd is met het begrip 'milieuzorg'. Milieuzorg wordt in dit geval ruim genterpreteerd. Aspecten zoals identificatie, inventarisatie van milieuaspecten, het nemen van maatregelen, het toepassen van de best beschikbare technologie als het invoeren van systematische milieuzorg naar analogie met de EMAS-verordening komen hierbij aan bod. In het tweede deel van de studie werd het verband gelegd tussen de verschillende productiestappen en de impact ervan naar de productie van de verschillende afval- en emissiestromen. Aan de hand van deze gegevens werden de prioritair te behandelen milieuaspecten gedentificeerde en gekarakteriseerd, welke op hun beurt de basis hebben gevormd voor de HANDLEIDING TOT HET STIMULEREN VAN PREVENTIE IN DE VLEESVERWERKENDE NIJVERHEID.